Menu

Juiste houding

Voor een perfect oppervlak is een juiste bediening van het Airless-pistool van belang.

1. Houd bij het spuiten altijd evenveel afstand tot het oppervlak. Bij Airless lak- en muurverfwerkzaamheden moet de afstand tussen de spuitkop en het te verven object zo'n 25-30 cm zijn.

2. Houd voor een gelijkmatige verflaag het pistool in een hoek van 90° t.o.v. het oppervlak. Maak de beweging met de gehele arm en niet alleen vanuit de pols.

3. Haal de trekker van het pistool pas over nadat u met de arm bent gaan bewegen. Laat de trekker los, voordat u de armbeweging beëindigt.

4. Laat de spuitbanen steeds 30% overlappen. Zo ontstaat er een gelijkmatige verflaag.

5. Bij het lakken of opbrengen van muurverf worden eerst de buitenkanten (hoeken en randen) en daarna de grote vlakken gespoten (desgewenst met kruisende bewegingen).

Verstoppingen

Verstoppingen kunnen heel eenvoudig worden verholpen: Draai de TradeTip 3 of 2SpeedTip spuitkop 180°, druk op de handbeugel en de spuitkop is alweer vrij. Attentie: richt de spuitstraal daarbij niet op het te coaten object.

Spuitdruk en viscositeit

De spuitstraal moet gelijkmatig zijn. Als er strepen in de spuitstraal verschijnen, is de spuitdruk te laag of is de viscositeit van het coatingmateriaal te hoog.

Oplossing: druk verhogen of coatingmateriaal verdunnen. Elke pomp heeft een bepaalde capaciteit t.o.v. de

spuitkopmaat: In principe geldt

  • Grote spuitkop = lage druk
  • Kleine spuitkop = hoge druk

Spuitafstand

Belangrijk is het gelijkmatig schilderen van het oppervlak. Beweeg uw arm steeds even snel en houd het spuitpistool op dezelfde afstand van het oppervlak. De beste spuitafstand is 25 - 30 cm tussen de spuitkop en het oppervlak.